Heibel in de Roggeveenstraat

Roggeveenstraat. Foto: Francisco Reina

Tekst: Klaartje Jaspers. Foto’s: Francisco Reina.

Sociaal kopen in plaats van slopen? Tijdens het achttiende Actueel Den Haag Debat ‘Samenwonen’ bogen woningcorporaties, bewoners en gemeente zich over nieuwe verhoudingen tussen bewoners, verhuurders en de overheid. Stadssociologe Tineke Lupi voorziet een toekomst waarin woningbouwverenigingen services leveren aan coöperaties van sociaal ondernemende bewoners.

Roggeveenstraat

De bewoners van de Roggeveenstraat hebben jaren in hun buurt geïnvesteerd en nu dreigt die gesloopt te worden. “Drie jaar geleden kwam de politie of met vijf wagens, of helemaal niet”, vertelt een bewoner. Omdat hij er toch veilig wilde wonen, sloot hij zich aan bij het buurtpreventieteam, waar hij de problemen van zijn wijkgenoten leerde kennen. Met wat omwonenden besloot hij een braakliggend stukje land in een buurtmoestuin te veranderen. Al na drie maanden bleek dit initiatief spectaculair resultaat af te werpen: “de bewoners leerden elkaar kennen, en iedereen begon opeens Hollands te praten”. Juist toen het goed ging, liet woningbouwvereniging Haag Wonen hen weten dat hun straat plaats moest maken voor nieuwbouw. Daar dacht de buurt echter heel anders over. Zij startten een petitie: de Roggeveenstraat moet blijven!

roggeveenstraat-002_francisco-reina

Inmiddels lijkt er een nieuwe mogelijkheid te zijn voor de Roggeveners: in plaats van hun straat te slopen, kunnen bewoners die misschien kopen. Haag Wonen directeur Karin van Dreven toont zich welwillend tegenover het betoog van stadssocioloog Tineke Lupi, die denkt dat corporaties steeds meer diensten gaan leveren aan bewonerscollectieven die zich verenigen in wooncoöperaties. Al zouden veel sociale huurwoningen veranderen in koopwoningen, de woningcorporaties zouden hun kennis en inkoopkracht kunnen gebruiken om bewoners te helpen met het realiseren van zaken als grootschalig onderhoud, energiebesparende voorzieningen, het innen van huren etc. Hun huidige kunde zou inzetbaar blijven, al verschuiven het eigenaarschap en de beslissingskracht voor een deel naar de bewoners.

de sociale controle is hier in sommige straten zo effectief, dat geen inbreker zich er durft te wagen

Ook Tante Cor in Spoorwijk heeft geen enkele interesse haar afgebladderde woning te verlaten voor een van die luxe flats die haar woningbouwvereniging elders in de wijk bouwt, constateert NRC columniste Carola Houtekamer. Voor Corrie, moeder van drie leden van de beruchte Quote-500 bende, zijn de dunne muren een garantie dat de buurman komt kijken als er iets is. De media schilderen haar huis af als een rovershol, maar hier voelt zij zich veilig. Haar raam aan de stoep is haar poort tot de buitenwereld, de rommelige achtertuintjes vormen een plek waar de jeugd zich kan verschuilen voor het naderende blauw – ‘s wijks gezamenlijke vijand. Die politie zelf herkent Corrie’s bevindingen: de sociale controle is hier in sommige straten zo effectief, dat geen inbreker zich er durft te wagen.

Duurzame huurwoningen?

Haar woningbouwvereniging Vestia kan huurders van verwaarloosde woningen dan alternatieven bieden, maar wat moeten buurttantes als Corrie op een eenzame, hoge galerij – ver weg van het leven op straat? De overheid wil de CO2 uitstoot terugdringen, maar zij wil haar tochtige thuis voor geen goud verruilen voor een energieneutrale flat op 5-hoog. Een isolerende renovatie van haar woning zou ze waarschijnlijk wel accepteren, maar het is de vraag of de corporatie nog wel wil investeren in een huizenblok als het hare.

‘Duurzaamheid’: het is geen thema waar veel huurders warm voor lopen, constateert corporatiedirecteur Van Dreven: op de laatste bijeenkomst die Haag Wonen daarover organiseerde, kwamen welgeteld nul mensen. Volgens Van Dreven komt er met de verhuurdersheffing voor corporaties niet veel terecht van deze ambities. Er is nauwelijks nog geld meer om te investeren in duurzaamheid. Desondanks hoopt Joris Wijsmuller, wethouder van Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid en Cultuur namens de Haagse Stadspartij, dat we in 2040 CO2-neutraal wonen. Zoals afgesproken in het gemeentelijk coalitieakkoord Vertrouwen op Haagse Kracht, pleit hij voor meer diversiteit, vooral in wijken als de Schilderswijk – waar nu 70% van de woningen in bezit van de corporaties is. Leegstaande gebouwen moeten benut worden, particulieren moeten meer ruimte krijgen en huurders moeten meer te zeggen krijgen.

roggeveenstraat-003_francisco-reina

Zorgen om de kernvoorraad

Enerzijds is de crisis een zegen geweest, denkt Wijsmuller: tien jaar geleden speelde geld geen rol, projecten werden groot en snel uitgevoerd. Door die schaalvergroting was er sprake van vervreemding, de huurders zelf waren naar de achtergrond verdwenen, de top van veel corporaties regeerde onder het motto ‘the sky is the limit’ – ook al was hun imperium gebaseerd op publiek bezit. Nu het geld minder vanzelfsprekend is, worden dingen veel meer samen met de burgers opgebouwd – van onderop.

Het is hun taak voor goede betaalbare woningen te zorgen

Anderzijds maakt Wijsmuller zich ook zorgen over de kernvoorraad: in Den Haag zouden niet minder dan 72.000 sociale woningen moeten staan, en dat aantal staat onder druk. We moeten uitkijken dat de restricties, die de politiek oplegde toen het wanbeleid binnen de corporaties openbaar werd, niet doorslaan, waarschuwt hij. Het is hun taak voor goede betaalbare woningen te zorgen, daar moeten ze wel de middelen voor krijgen. Krijgen ze die niet, dan kunnen mensen lagere inkomens straks geen goed huis meer vinden.

Van Dreven rekent voor dat de verhuurdersheffing HaagWonen ongeveer 660 Euro per woning kost – met 23.000 woningen in beheer, kost dat HaagWonen een flink vermogen. Ze vraagt zich af of we ons nog wel realiseren hoe belangrijk sociale woonvoorzieningen zijn voor de samenleving als geheel: niet voor niets was de angst voor ziektes ooit een gegronde reden in arbeiderswoningen te investeren. Ook Mart van de Lisdonk, directeur van de veel kleinere Koninklijke Haagse Woningbouwvereniging van 1854, eigenaar van 392 woningen, vreest dat de financiële beperkingen het hem onmogelijk maken alle ambities van de overheid waar te maken.

Gegoede burgerij

Van de Lisdonk schetst een circulaire beweging. Destijds, in 1854, is zijn corporatie begonnen uit soort ‘crowdfunding-avant-la-lettre’, vertelt hij: een fonds van de gegoede burgerij die vond dat er een einde moest komen aan de armzalige woonomstandigheden waarin de arbeiders leefden. Maar woonden in 1854 gemiddeld 4 mensen op 25m2, nu telt dat als een geavanceerde inloopkast. Zo zag de Koninklijke Haagse Woningbouwvereniging van 1854 haar clientèle veranderen van hele gezinnen naar eenpersoonshuishoudens, vooral in de dienstverlenende en creatieve sector. Sommige van hen willen meer zeggenschap, bijvoorbeeld door woningen gezamenlijk over te kopen, niet in de laatste plaats door geld te zoeken bij… de gegoede burgerij. Het grote verschil is niet waar het geld vandaan komt, maar wie er aan de knoppen zit: woningbouwverenigingen, overheid of huurders die zich gaan opstellen als sociale ondernemers.

roggeveenstraat-004_francisco-reina

Leave a Comment

*