100 jaar Nieuwe Haagse School

Woonhotel. Foto's: Peter de Ruig

Auteur: Marcel Teunissen. Foto’s: Peter de Ruig.

Dit jaar vindt een manifestatie plaats over de stedenbouw en architectuur van de Nieuwe Haagse School. Het is namelijk een eeuw geleden dat deze stoere, expressieve bouwstijl zich in het stadsbeeld manifesteerde. Expressief, want het wezen van de Nieuwe Haagse School is de uitdrukking van de ruimtelijke organisatie van gebouwen in de baksteengevels. Kenmerkend voor de gevelcomposities zijn horizontale en verticale vlakken en lijnen.

Herkenbare bouwdelen in de expressieve composities zijn onder meer erkers, balkons, schoorstenen, erfscheidingsmuren, luifels, pergola’s en terrassen. Lateien, waterslagen, ranke stalen kozijnen en lagen van zwart geteerd metselwerk – veelal verdiept of uitkragend in het gemetselde vlak opgenomen – vormen de belijningen van de muurvlakken. Ook werd gebruik gemaakt van verdiepte lintvoegen in combinatie met platvolle stootvoegen om de horizontale lijnen van het metselwerk van de bouwvolumes extra te accentueren.

‘Typisch Haags’, constateerde de Amsterdamse architect en architectuurcriticus Cornelis Blaauw, nadat hij studie had gemaakt van Haagse gebouwen van kort na de Eerste Wereldoorlog. Hij voegde het woordje ‘Nieuwe’ toe om geen verwarring te stichten met de impressionisten van de Haagse School, onder wie H.W. Mesdag en J. Israëls.

Vanaf 1918 verdwenen de invloeden van buitenaf in het Haagse stadsbeeld en na een jaar of vijf waren die geheel verdwenen. Den Haag had een bouwstijl in de armen gesloten die paste bij haar karakter: gematigd modern en aansluitend op het horizontale karakter.

detail ingang Nieuwe Haagse School architectuur

Foto: Peter de Ruig

Beeldbepalende gebouwen

Na het ‘warm draaien’ in de periode 1918-1923 kwam een reeks iconische gebouwen tot stand, die elke andere bouwstijl uit het interbellum doet verbleken. Onnavolgbare meesterwerken en bouwplastieken van grote omvang zijn onder meer het Maerlant-Lyceum aan de Johannes Bildersstraat (1925), de Willemsparkflat aan de Zeestraat (1931), het Dalton Den Haag aan de Aronskelkweg (1933), Parkflat Marlot aan de Offenberglaan (1934) en het Haags Gemeentemuseum aan de Stadhouderslaan (1935). Met het tot bloei komen van de bouwstijl gingen stedenbouwkundige planvorming, architectonische uitwerking en bouwkundige detaillering steeds soepeler hand in hand. De Nieuwe Haagse School was dan ook meer dan louter een bouwstijl.

Het creëren van ‘schoone eenheid’ door samenhang te borgen tussen alle schaalniveaus van de gebouwde omgeving was het diepere streven. Hierin speelde de in 1918 opgerichte dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting een sturende rol. Onder de bezielende leiding van directeur Piet Bakker Schut werden voor belangrijke lanen, straten en pleinen via schetsplannen en gevelschema’s ruimtelijke spelregels opgesteld, waarmee de uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan van H.P. Berlage uit 1908 in goede banen kon worden geleid. Deze stedenbouwkundige regie was noodzakelijk om grip te krijgen op de kleinschalige Haagse bouwnijverheid.

De proeftuin was de villabuurt Marlot waarvoor adjunct-directeur Henk Suyver in 1923 het stedenbouwkundig plan maakte. Het experiment slaagde met vlag en wimpel en toonde aan dat binnen de vastgelegde kaders voldoende ruimte bleef voor individuele architectonische expressie. Veel architecten zijn daardoor goed herkenbaar en dat maakt de bouwstijl veelzijdig en rijk. De ‘methode Marlot’ leidde tot een ongekende hoeveelheid monumentale stadsbeelden. Stedenbouw werd een volwaardige discipline en de Nieuwe Haagse School was de bouwstijl bij uitstek om vorm te geven aan de vanaf 1918 snel groeiende stad.

woonhotel in Nieuwe Haagse School architectuurstijl

Woonhotel in Marlot van Co Brandes. foto: Peter de Ruig

Herwaardering buurten

Er werd tot 1940 dusdanig veel gebouwd in de trant van de Nieuwe Haagse School dat na de Bevrijding lange tijd de bijzondere kwaliteiten nauwelijks op waarde werden geschat. Aan het eind van de jaren tachtig startte de herwaardering, die tot op de huidige dag alleen maar groter is geworden. In eerste instantie betrof die de stadsvernieuwing en in het kielzog de uitbreidingswijken van de jaren negentig. De stedenbouw en architectuur van de Nieuwe Haagse School werd synoniem met Haagse identiteit en vormde een inspiratiebron, vooral omdat de eerste tien jaren van stadsvernieuwing in de regel tot anonieme stadsbeelden had geleid.

Maar er is meer. De Nieuwe Haagse School verdampte niet alleen tijdens de jaren van wederopbouw en de prioriteit van de woningnood, de Haagse architecten van het interbellum hadden wat betreft publiciteit en commercie geen geschiedenis geschreven. Op enkelen na   hadden zij geen deel uitgemaakt aan de architectuurdebatten tussen traditionelen en modernen. Deze bescheidenheid had ten gevolg dat de Nieuwe Haagse School lange tijd als ‘lokale stijl’ een voetnoot bleef in de Nederlandse architectuurgeschiedenis.

Dit was ten onrechte en meer en meer wordt het Haagse erfgoed op juiste waarde geschat en verankerd in de ontwikkeling van de moderne architectuur. Daarbij verschuift het accent steeds meer naar ‘ondergewaardeerde’ gebieden als de Bomen-, Bloemen en Vruchtenbuurt, het Laakkwartier en Rustenburg-Oostbroek. Die aandacht is mede ontstaan door de hausse aan dakopbouwen die het platte, stedelijk landschap geleidelijk verandert, soms als versterking van de ruimtelijke opbouw maar niet zelden als aanslag op de harmonische samenhang.

gevel in Nieuwe Haagse School stijl Foto Peter de Ruig

Foto: Peter de Ruig

Woningen van het interbellum zijn niet alleen gewild, bepaalde woningtypen vormen steeds vaker een inspiratiebron voor een nieuwe generatie ontwerpers. Vooral het woonhotel staat volop in de belangstelling. Dit waren vooral in Den Haag populaire woongebouwen met een groot aantal gemeenschappelijke en individuele voorzieningen, waardoor (het schaars geworden) dienstpersoneel tot een minimum kon worden gereduceerd. Hoewel er plannen zijn gemaakt voor diverse doelgroepen vonden alleen initiatieven voor woonhotels voor de hogere inkomensklassen voldoende financieel draagvlak om te worden uitgevoerd. Niet in de laatste plaats zijn de woonhotels interessant omdat zij een schaalvergroting introduceerden in de platte woonstad en tevens maatgevend waren voor de stilistische ontwikkeling van de Nieuwe Haagse School.

Toch ligt de kracht van de bouwstijl niet alleen in ensembles en grote gebouwen. Ook uit de kleinste details – zoals een glas in loodraam, een gootbetimmering of een voordeur – spreekt de drang naar bouwkunst en het streven naar samenhang met het grotere geheel. Al zijn delen van de stad ermee doordrenkt, dit gepassioneerde streven naar ‘schoone eenheid’ maakt de Nieuwe Haagse School uniek.

Manifestatie

De manifestatie 100 jaar Nieuwe Haagse School wordt georganiseerd door een projectteam met Tanja ten Berge, Judith Schotanus, Fred van der Burg, Gerwin van Vulpen en Marcel Teunissen. In het atrium van het Haagse stadhuis is tot en met 23 juni de gelijknamige tentoonstelling te bezoeken. Op 2 juni werd op de Dag van de Architectuur aan Joris Wijsmuller het eerste exemplaar van het gelijknamige boek van Marcel Teunissen overhandigd, dat is uitgegeven door nai 010 uitgevers.

Op zaterdag 16, 23 en 30 juni en 7 juli worden van 11.00 tot 13.00 thematische excursies georganiseerd, waarvoor u zich kunt aanmelden bij de VVV. Alle informatie hierover, evenals geplande activiteiten voor het vervolg van 2018, treft u aan op de website www.nieuwehaagseschool.nl

Dit artikel verscheen eerder in De Oud Hagenaar

Tentoonstelling Nieuwe Haagse School fotografie: Peter de Ruig

Tentoonstelling 100 jaar Nieuwe Haagse School in Atrium Stadhuis. Foto: Peter de Ruig

Leave a Comment

*